De Nederlandse arbeidsmarkt

Ieder van ons kent ze wel: De discussies over onze Nederlandse arbeidsmarkt. We klagen steen en been dat de pensioenleeftijd om hoog gaat, maar ook dat er zoveel mensen werkloos zijn. Op het eerste probleem hoor ik vaak mensen zeggen dat ik met mijn 26 jarige leeftijd wel tot mijn 70ste of (nog wat extra aangedikt) tot mijn 75ste “moet” (moeten is dwang, werken kan ook erg leuk zijn!) werken. Steevast is mijn antwoord hierop dat ik waarschijnlijk met mijn 64ste al met pensioen ben. Een glimlach en een vraag of ik dit kan uitleggen volgt. Nee, ik verwacht niet dat ik schatrijk wordt en daardoor eerder met pensioen kan en nee, dit getal is ook niet gebaseerd op kei-harde feiten maar op een speech van een hoogleraar die het publiek beargumenteerd wilde prikkelen. Of zijn interessante visie waarheid wordt weet ik niet, niemand kan in de toekomst kijken. Wel weet ik dat de zogenaamde grijze druk in Nederland zal toenemen. Op dit moment staan tegenover elke 65+’er vier potentiele werknemers, in 2040 zijn er van deze vier nog maar twee potentiele arbeidskrachten over. Met andere woorden stijgt de grijze druk in cijfermatig opzicht van zo’n 28% naar ruim 50%. Dit heeft gevolgen voor de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel, immers de (potentiele) beroepsbevolking draagt financieel bij aan de pensioengerechtigde bevolking. Nu wordt deze “last” op vier personen gedragen, over 25 jaar nog maar op twee personen. Vanuit die gedachte heeft het kabinet Rutte II de AOW-leeftijd al stapsgewijs verhoogd naar 67-jaar waardoor de krimp van de potentiele beroepsbevolking vertraagd wordt. Ook ik hoor de argumenten van vele Nederlanders dat hierdoor het aantal werklozen stijgt. Dit is maar ten dele terecht. Ja, het aantal werklozen is de afgelopen jaren door toen doen van de economische crisis toegenomen van drie naar bijna zeven procent. Dat is veel, maar de oplossing ligt denk ik niet in het verlagen van de pensioenleeftijd. Er zijn namelijk arbeidsplaatsen genoeg, sterker nog de vraag naar personeel zal toenemen omdat door demografische ontwikkelingen er minder mensen zich op de arbeidsmarkt zullen aanbieden. Echter is er op dit moment sprake van een mis-match op de arbeidsmarkt. Vooral technische vacatures zijn moeilijk in te vullen waardoor bedrijven overwegen de technische arbeidsplaatsen te verhuizen naar het buitenland. Onterecht bestaat de angst onder veel Nederlanders dat door technische ontwikkelingen banen verdwijnen. Ja, robots vervangen een deel van het werk, maar ook deze robots moeten gemaakt, onderhouden én verbeterd worden. Hier tegenover staat een enorme groei van de zogenaamde “smart industrie”. Juist met onze kwaliteit van onderwijs en scholingspotentieel liggen hier kansen voor de Nederlandse economie en dus ook voor onze arbeidsmarkt. Ik denk dat we ons onderwijs systeem hieraan moeten aanpassen. Neelie Kroes bepleitte afgelopen jaar in het tv-programma ‘De Wereld Draait Door’ al voor het invoeren van programmeertaal-lessen in het onderwijs. Een ambitieuze visie, maar lang zo gek nog niet als je bedenkt welke economische kansen we hierdoor creëren voor de volgende generatie(s).

Uiteraard is deze maatregel alleen niet voldoende voor het vlot trekken van onze arbeidsmarkt. In vergelijking met de landen om ons heen is het werkloosheidscijfer onder 50+’ers in Nederland erg hoog (ruim 40% van alle langdurige werklozen is ouder dan 50 jaar). De belangrijkste oorzaak die hieraan ten grondslag ligt is de hoge inschaling van deze groep werknemers. Lonen zouden meer afgestemd moeten worden op basis van productiviteit en de werkgeverslasten – in Nederland bedragen die soms wel tot 30% van het bruto loon – moeten omlaag. In het Europa van deze tijd loopt Nederland achterop als het gaat om de lengte van de doorbetaling bij ziekte en het beginsel dat je in een hogere loonschaal komt als je ouder wordt is in mijn ogen achterhaald. Daarnaast wordt nog vaak gedacht dat oudere werknemers vaker en langer ziek zijn, dat hun productiviteit lager is en dat men niet open staat voor veranderingen. Natuurlijk zijn er 50+’ers die aan deze stereotypen voldoen, maar we mogen inmiddels toch ook al vaststellen dat het merendeel van deze drogredenen hiervan ten onrechte wordt aangenomen. Wanneer we deze mythe doorbreken en “ouderen” (eigenlijk vind ik 50 jaar nog jong als je bedenkt dat we steeds ouder worden) ook nog bijstaan en stimuleren zich bij- en of om te scholen dan zal de werkloosheid onder 50+’ers afnemen, een blik naar onze Oosterburen leert dat we het voorbeeld van de Duitse economie succesvol kunnen volgen. Een bijkomend voordeel van lagere werkgeverslasten is dat dit leidt tot nieuwe werkgelegenheid in het MKB, er is daar immers meer financiële armslag voor en het vooruitzicht dat men korter moet doorbetalen bij ziekte van een werknemer neemt een belangrijke barrière voor het aannemen van personeel weg.
Nee, we moeten dus niet bang zijn dat op onze arbeidsmarkt te weinig banen zijn. We hebben eerder een overschot aan werk dat door Nederlandse beroepsbevolking uitgevoerd kan worden, maar al te graag – mede door ons sociaal stelstel – op dit moment wordt ingevuld door (goedkopere) buitenlandse werknemers. Er zijn al met al voldoende mogelijkheden om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Zeker als de economie weer aan trekt heeft ons land enorm veel arbeidspotentieel.

#DromenNaJagen (#DNJ)

Opeens wastie er: de hashtag #DromenNaJagen (#DNJ). Nou ja, opeens… Ik had er al langer over nagedacht, maar vorige week besloot ik deze hashtag te delen op Twitter. Uiteraard zonder uitleg, 140 tekens is net iets te weinig om het verhaal achter deze hashtag te vertellen en na een zomer zonder blogjes van mijn kant vind ik in dit blogje de uitgelezen mogelijkheid daar iets meer over te vertellen.

Van waar deze hashtag?
Allereerst weet ik ook dat najagen één woord is, maar ik vond de hashtag #DN zo nietszeggend dat ik voor mezelf koos voor #DNJ. Maar de echte reden is natuurlijk iets anders: Mensen die mij kennen weten dat ik een redelijk ambitieus persoon ben, ik ben iemand die doelen na streeft en altijd zo goed mogelijk voor de dag wil komen. Deze doelen kunnen erg divers zijn, te denken valt aan organisatie- en persoonlijke doelstellingen, maar ook op vlak van sport en politiek heb ik diverse ambities en dromen die ik wil verwezenlijken. Graag haal ik het onderste uit de kan voor anderen én mijzelf. En vooral dat laatste wil ik iets meer kleur geven doormiddel van een aantal doelstellingen, zeg maar een bucketlist maar dan met een variabele eindtijd. Het fijne van deze online te zetten is dat het ook een soort van stok achter de deur is, immers wat online staat blijft online staan… Ik kan er dus niet meer onderuit, echter geeft het mij wel de vrijheid om alles op zijn tijd te vervullen. Stel je voor dat je bijvoorbeeld alles al voor je 30ste (dat is al over 38 maanden!) gedaan moet hebben?! Nee, alles op zijn tijd zegt een wijs-man mij meerdere malen per week.

Welke dromen wil ik verwezenlijken?
Het gaat mij te ver om al mijn dromen hier uit te spreken, alleen al omdat lang niet alles al zo concreet is dat ik er een doelstelling aan kan verbinden, maar ook omdat veel zaken niet zo publiceerbaar/interessant voor jullie (de lezers van mijn website) zijn dan voor mijzelf. Daarnaast is deze lijst naar mijn mening nooit af: Ik denk dat ik deze lijst de komende jaren voor mijzelf stap voor stap zal aanvullen en hopelijk hier en daar ook enkele dromen kan afvinken. Want ja iets nastreven is mooi, maar het uitvoeren nog mooier.
Een van de eerste dromen die ik hoop te verwezenlijken is het uitlopen van een marathon. Een blessure aan mijn bovenbeen gooide deze zomer nogal eens roet in mijn trainingsprogramma, toch hoop ik in de komende jaren mijn eerste 42 kilometer en 195 meter uit te lopen. Een streef uitloop tijd verbind ik er nog niet aan, eerst maar eens pijnvrij lopen. Het bedwingen van Alpe d’Huez in 2014 had iets magisch voor mij: Het gevoel en de emoties die daarbij los kwamen toen ik boven op de “Nederlandse” berg stond was onbeschrijfelijk. Lang heb ik getwijfeld of ik dit jaar weer mee zou doen, ik heb het niet gedaan: Puur en alleen omdat elke andere poging minder mooi zou zijn dan de eerste keer. Toch trekt deze berg mij wel en in aanvulling op bovenstaand hardloop doel hoop ik over een aantal jaar Alpe d’Huez nogmaals te bedwingen, niet wandelend maar hardlopend. Uiteraard hoop ik beide doelen te kunnen vieren met vrienden en familie, iets kunnen delen met de mensen die om je geven en waar je zelf een goed gevoel bij hebt is het mooiste wat er is.
Een aantal jaar geleden was ik met mijn vader op het CDA congres in Maarssen toen bekend werd gemaakt dat de “Jan-Peter Balkenende Award” in het leven werd geroepen. Gekscherend gaf ik mijn vader aan dat ik deze ooit hoopte te winnen/behalen. Of ik ooit een kans maak is een andere vraag, maar dromen mag altijd. Gaandeweg de jaren heeft het schrijven en het visievormen een belangrijke rol gespeeld in mijn leven en ben ik mij daar ook meer op gaan toeleggen, deze website is hiervan een gevolg. Ik vind het leuk om met mensen van gedachte te wisselen met betrekking tot de politiek en mijn vakgebied (HRM, arbeidsmarkt, strategie, leiderschap, motivatie en duurzame inzetbaarheid van medewerkers). Een droom van mij is dan ook om een artikel te publiceren in een internationaal (gerenommeerd) vakblad. Ik schrijf graag en heb daarnaast een mening die ik graag laat staven in een context buiten mijn eigen sociale kring en professionele netwerk. Uiteraard heeft een dergelijk artikel meer waarde als ik dit kan baseren op eigen data verkregen door middel van zelf uitgevoerd kwalitatief- en of kwantitatief onderzoek.
Een volgende droom is wellicht voor vele lezers van mijn website ééntje die men niet zo 1-2-3 van mij verwacht: Ik zou graag mijn eigen gitaar-stuk willen uitwerken en in een intieme kring ten gehore willen brengen. Om gelijk alle verwachtingen te temperen: Nee, ik heb absoluut niet het talent van Jimi Hendrix, David Gilmour of Angus Young en eerlijk is eerlijk, op dit moment is mijn gitaarspel nog lang niet op het niveau dat ik dit met jullie wil delen. Het is meer een droom voor over een aantal jaar, tot die tijd speel ik graag gitaar lekker anoniem op mijn kamer – ook fijn!
Bovenstaande dromen hebben allemaal een prestatie element in zich, gelukkig draait niet alles om presteren. Zo heb ik ook een droom om een rondreis te maken door Japan, van noord naar zuid, van oost naar west. Uiteraard lukt dat niet in een weekje, maar als ik ooit de mogelijkheid qua tijd en financiën heb wil ik zeker dit land ontdekken. En wat dacht je van een “hop-on hop-off tour” langs diverse dj-sets van werelds beste dj’s? Ja, het begon ooit als een grap maar hoe vet zou het zijn als je als dance-liefhebber/fan van de ene naar de andere dj-set kan vliegen? Waarschijnlijk zal deze wens wel bij dromen blijven. Marco Borsato zong er ooit eens een liedje over…
Uiteraard hoop ik op korte termijn ook niet meer tot de 300.000 jeugdwerklozen te behoren, niet omdat ik daar vanwege mijn leeftijd niet meer tot deze groep behoor maar omdat ik eindelijk die o zo leuke baan vindt waarin ik mijn kennis, kunde en enthousiasme kan delen met leuke collega’s.
Gelukkig valt het leven niet te plannen en heb je niet alles in de hand, maar uiteraard is een huisje, boompje (in mijn grote tuin), beestje (een groot aquarium vol vissen en/of een Garfield-kat) en samen met een leuke vrouw een gezinnetje stichten ook een droom van me. Niet spectaculair, maar minstens net zo mooi als al die andere dromen van me.
Zoals gezegd is dit lijstje hier op deze website nog lang niet compleet en ben ik erg ambitieus in mijn doelstellingen. Ook weet ik dat lang niet alles verwezenlijkt kan worden, maar wie niet durft te dromen – heeft niets om voor te gaan!

Mijn visie op de nieuwe ontslagwetgeving

Al bijna twee decennia lang schuift de politiek de hervorming van de arbeidsmarkt vooruit. Mondjes maat worden de eerste knopen door gehakt die al polderend tot stand zijn gekomen. Eén daarvan is de nieuwe ontslagwet die op 1 juli 2015 zal in gaan. Een zegen of een flop voor onze arbeidsmarkt?
Wat mij betreft het laatste. Het kabinet Rutte II wil, als onderdeel van de Wet werk en zekerheid (Wwz), het ontslagrecht eenvoudiger, sneller en goedkoper voor werkgevers maken. Daarnaast beoogt het kabinet dat met deze wetgeving flexibele arbeidskrachten (zoals uitzendkrachten) sneller een contract voor onbepaalde tijd wordt aangeboden. Flexwerkers kunnen vanaf 1 juli a.s. na drie contracten of na twee jaar aanspraak maken op een onbepaalde tijd contract. Nu is dat na drie jaar. Flexwerkers die geen contractverlenging krijgen en twee jaar in dienst zijn, hebben recht op een zogenaamde transitievergoeding die de plaats in neemt van de ontslagvergoeding (zij het met andere voorwaarden). Echter zien we, met overheidsinstanties zoals DUO voorop, dat werkgevers niet geneigd zijn een onbepaalde tijd contract te geven. Het tegendeel is het geval: Uitzendcontracten worden op dit moment niet meer verlengd; ook al zijn werknemers al jaren (al dan niet via payroll-constructies) werkzaam bij dezelfde organisatie. En hoe mooi de gedachten van dit arbeidsakkoord ook zijn kon men deze uitkomsten verwachten. De nieuwe regelgeving creëert niet meer banen, alleen al omdat er nauwelijks voordelen voor werkgevers zijn. Een werkgever wijzen op zijn zogenaamde morele plicht een onbepaalde tijd contract te geven in economisch moeilijke tijden is een goedkope, maar vooral ondoordachte en onrealistische methode om de arbeidsmarkt op gang te trekken. De voordelen zijn namelijk miniem met het grote aantal werklozen dat veel van de huidige werkzaamheden één op één kan overnemen van de huidige functievervullers zonder dat de werkzoekende hiervoor de hoofdprijs aan salaris vraagt (hij is al blij dat hij eindelijk aan de slag kan). Ik heb mij dan ook geërgerd aan de houding van FNV-voorzitter Heerts die bij Nieuwsuur (vrijdag 15-05-2015) de schuld van bovenstaande uitkomsten neerlegt bij de overheid. Onterecht, want zoals Mariëlle Tweebeke terecht aangaf zat ook hij aan de onderhandelingstafel. En het kabinet? Die wacht op dit moment af, pas over ander half jaar wordt er geëvalueerd. Alles verdient een oprechte kans, al zullen veel flexwerkers daar nu anders over denken. De Nederlandse taal kent voor de houding van het ministerie en de vakbonden met betrekken tot dit vraagstuk een term: Naïef, erg naïef zelfs.
Zijn de werkgevers dan de lachende derde? Nee. Werkgevers klaagden dat het ontslagrecht te ingewikkeld was en tot te hoge (ontslag)vergoedingen leidde. Veel juristen vrezen het tegenovergestelde van wat met de nieuwe wetgeving wordt beoogd. Zij denken niet dat het goedkoper, sneller en eenvoudiger wordt, maar zijn bang dat het ingewikkelder, langzamer en duurder zal blijken te zijn. Daarbij zien we dus ook dat bedrijven nog afwachten met het sneller aanbieden van onbepaalde tijd contracten. Gelet op de nog altijd fluctuerende economische vooruitzichten een begrijpelijke keuze. Wat mij betreft had het kabinet dan ook niet moeten inzetten in het hier en nu, maar moeten komen met een visie voor de langere termijn. Je kunt werkgevers niet zomaar verplichten iemand voor onbepaalde tijd in dienst te nemen. Wel kun je als overheid iets doen aan de stijgende mis-match op de arbeidsmarkt. In een aantal bedrijfstakken (bijvoorbeeld ICT en bepaalde technische beroepen) is sprake van een tekort aan gekwalificeerd personeel. Echter door toenemende automatisering en digitalisering verdwijnen in sommige branches veel banen, onder meer in de landbouw, industrie en financiële dienstverlening. Hierdoor ontstaat de paradoxale situatie dat er moeilijk vervulbare vacatures bijkomen, maar dat het aantal werkzoekenden hoog blijft. Ook onderschat men in mijn ogen de vergrijzing en daarmee de naderende uitstroom van oudere ervaren vakkrachten die mogelijkerwijs slecht opgevolgd kunnen worden. Daarnaast ben ik bang dat de positie van laagopgeleiden als gevolg van technologische ontwikkelingen en hevige concurrentie op de arbeidsmarkt (onder andere door de toestroom van arbeidsmigranten) verder in het gedrang zal komen. Ik ben dan ook van mening dat projecten om laagopgeleide aan een baan te helpen (bijvoorbeeld in de kassen) alleen van de grond mogen komen voor inwoners uit de eigen regio. Helaas zien we te vaak dat deze gesubsidieerde arbeidsplaatsen een aantrekkende werking hebben op arbeidsmigranten die op basis van een andere economische achtergrond en lagere inkomenseis de concurrentie van onze bevolking glansrijk winnen. De commissie Bakker (2008) heeft onderzocht hoe mensen weer aan de slag te krijgen. Een “werkbudget” voor iedereen is een belangrijke aanbeveling van deze commissie. Het werkbudget kan door iedereen gebruikt worden om te investeren in vaardigheden en om talenten te ontwikkelen. Enerzijds kan het werkbudget leiden tot het volgen van een cursus, omscholing of een tweede studie. Het is een begin om de groeiende mis-match in Nederland tegen te gaan. Anderzijds kan met behulp van het werkbudget ook tijd genomen worden om afstand te nemen van dagelijkse werkzaamheden, om een coaching traject te doorlopen dan wel een periode uit te trekken voor training on the job. Voorts kan het werkbudget ook aangewend worden om een periode van (zorg)verlof te financieren. Ook kan het werkbudget worden ingezet in periodes van inkomensdaling. Hiermee is het werkbudget dus breder dan de huidige levensloopregeling. Dit betreft zowel de middelen als de doelen waar het voor gebruikt kan worden. Daarbij is de financiering van het werkbudget ook divers. Naast werkgevers en werknemers wordt dit ook gefinancierd door de overheid. Juist nu is het moment om de arbeidsmarkt te hervormen en aan te sturen op een systeem waarin we het investeren in mensen en hun mogelijkheden om van de ene naar de baan over te stappen, maar ook waarin ze inzetbaar blijven en op eigen interesse-, werk- en kennisniveau in hun eigen levensvoorziening kunnen voorzien belonen. Wie zich (her-) schoolt en wie zich als werkgever ervoor zorgt dat zijn mensen inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt hoort daar de vruchten van te plukken.

De NS en ik

Met een aantal treinreizen per maand mag ik mij, naar eigen inzicht, een frequent NS-reiziger noemen. En toen ik een maand geleden samen met mijn broer de trein vanuit Bergen op Zoom naar Schiphol nam ontstond het idee voor een blogje over de NS. Iets over het hoe en wat ik er eigenlijk van vindt, want daar is mijn website toch voor?! Wellicht is het eerst goed om uit te leggen waarom ik soms voor de trein kies in plaats van mijn lekker rijdende auto met climate control, 1.6 motor en uitgevoerd met diverse gemakken. De trein biedt mij de mogelijkheid om mij in alle rust voor te bereiden op die ene belangrijke vergadering of om nog snel even mijn laatste e-mails te lezen en te beantwoorden. Maar het geeft mij ook de mogelijkheid om na een drukke dag vol gesprekken met een heerlijk muziekje even te ontspannen voordat ik in Bergen op Zoom (waar ik met NS korting nog voor geen € 4,- per dag parkeer naast het station) mijn auto pak richting ’t Zeeuwse. En ja soms kies ik wel eens voor de file, kies ik voor een snelle verbinding of ben ik genoodzaakt de auto te pakken omdat er geen openbaar vervoer meer terug is richting mijn woonplaats. Maar zeg nou eerlijk, is het niet reuze handig dat je midden in het centrum uitstapt, op de grote stations overal een diversiteit aan eettentjes treft en je niet druk moet maken om een parkeerplaats a de penning 10? Oké, ik geef het toe: Ook ik mopper wel eens op een vertraagde trein en de zogenaamde vierkante wielen. Ja, ook ik zit liever dan dat ik een half uur hutjemutje moet staan; al scheelt het wel of je tegen die ene mooie mevrouw staat of tegen de man van eind zestig waarvan je vurig hoopt dat hij zich vanavond nog gaat douchen. Treinreizen, het is altijd anders en verveelt mij nooit. Al eerder heb ik het reizen met het OV bestempeld als een sociaal experiment. Mensen ontmoeten elkaar, klagen gezamenlijk over de overvolle treinen of over vijf minuten vertraging en ja zelfs de immer vrolijke conducteur kan met zijn warme stem soms tot verontwaardigde blikken leiden bij diegene die juist op dit moment hun belangrijke aansluiting dreigen te missen. Soms kan ik in stilte genieten van de gesprekken die ik op de banken rondom mij hoor. De economie, breien, het weer, voetbal, de prijzenoorlog in de supermarkten en met enige regelmaat de politiek die het vaak misdaan heeft. Een diversiteit aan onderwerpen passeert de revue. Zo af en toe neem ik zelf ook deel aan een gesprek of lach ik vriendelijk als ik iets herken in de gesprekken die ik opvang. Soms kan een ongevraagd advies over een overstap of het eerst volgende station al leiden tot een glimlach of een geamuseerd gesprek tussen het lezen van mijn e-mail berichten. Ik geniet van die verbaasde blikken wanneer een Nederlander met Afrikaanse roots opstaat voor een bejaarde man, de normaalste zaak van de wereld maar in Nederland nog lang niet altijd gewoon of dat ene meisje dat voor het eerst met de trein naar haar oma gaat. Het moet voor de conducteurs in Nederland ook genieten zijn, zij zien en horen immers meer van dit soort prachtverhalen. Ik ben het dan ook eens met treinconducteur Annelies die samen met haar collega Harald het CDA congres in Maarssen drie weken geleden toespraak: Het is prachtig werk (maar eerlijk gezegd niets voor mij)! Terecht kregen zij een staande ovatie van de aanwezige CDA’ers die hiermee tegelijk afstand namen van het geweld dat NS personeel al jaren te verduren heeft. Nee het geweld neemt niet toe, maar er is wel meer aandacht voor want het moet stoppen. Ik durf als frequent NS-reiziger te zeggen dat in 99 van de 100 gevallen ik altijd een vriendelijke en behulpzame NS-medewerker ben tegengekomen en die ene keer had ik de pech dat de conducteur net zijn dag niet had, heel menselijk (gebeurd ons allemaal wel eens) en ik denk maar zo dat hij morgen vast weer vriendelijk op pad gaat. Ik vraag mij wel eens af wat het nut is van geweld in de trein? Kan de conducteur er iets aan doen dat een zwartrijder het risico neemt om zonder te betalen de trein in te stappen? Kan hij of zij er aan doen dat de bekeuring (terecht) hoog is? Het antwoord op beide vragen is in mijn ogen “nee!”. Als je al zo stoer bent om dit risico te nemen, wees dan ook zo flink om de gevolgen als persoon te accepteren! En oké een schuldbekentenis van mijn hand: Ook ik heb wel eens gesproken in de stilte coupe en ik denk dat het dan ook meer dan terecht is dat een mede passagier of een conducteur mij en alle andere praters in de stilte coupe ons hierop aanspreekt. Sindsdien (en dat is al jaren geleden!) zorg ik ervoor dat ik niet meer in deze coupe zit, ik ben nu eenmaal iemand die wel van een babbel houdt. Kwestie van goed opletten bij het instappen. Het gaf mij in ieder geval geen reden om een mede reiziger of conducteur hierop aan te spreken of geweld te gebruiken, immers zij doen ook gewoon hun werk én dat verdient een compliment! Want laten we wel wezen ik lach wat af in de trein, is het niet om de vrolijke conducteur die met humor de stations op noemt of het NS-webcareteam (@NS_Online) dat menig maal voor een vrolijke noot in mijn time line zorgt, dan wel om de extra service van de dames en heren die langs komen met (warme!) koffie, frisdrank en een versnapering of mijn vele OV-belevenissen die ik graag met jullie deel. En zeg nu eerlijk, vindt u het ook niet fijn als u ’s morgens in de trein gecontroleerd wordt door een conducteur die u een goedemorgen wenst met een glimlach? Een klein gebaar van fatsoen, iets wat we ook aan en met de NS en haar medewerkers moeten doen!

Swansea 2015

Menig persoon weet het inmiddels al wel van mij: Ik ben een Swansea City fan. Hoe dat ooit zo gekomen is kun je lezen op mijn wie ben ik? pagina. Uiteraard volg ik mijn club op de voet en een reisje naar Wales mag dan op zijn tijd niet ontbreken. Dit jaar viel het toevallig gelijk met Pasen, dus voor mij dit jaar geen zacht gekookt eitje maar een typisch Engels breakfast. En dat beviel mij prima! Ik heb mij wederom een weekend lang vermaakt! Het scheelt natuurlijk dat Swansea met 3-1 won van Hull City. Een terechte overwinning trouwens waardoor het bezoekje aan WindStreet (in 2015 uitgeroepen tot het beste uitgaansgelegenheidsgebied van de UK) net eventjes ietsjes leuker is. Dit jaar van mijn hand geen reisverslag want het merendeel over Swansea is wel gezegd in het verslag van 2013 en 2014 én ik ga er vanuit dat een fotocollage meer dan 1000 woorden zegt (of… ask me 😉 ):

Swansea 2015 fotocollage

Het NOS slot debat: Mijn analyse.

Laat ik eens met een compliment beginnen: Het slot debat georganiseerd door de NOS in aanloop naar de provinciale staten verkiezingen gaf ruimte voor debat en stellinginname, was vernieuwend en werd goed geleid door Rob Trip. Deze opzet, waarin twee partijleiders met elkaar in debat gaat spreekt mij meer aan dan de grote groepsdebatten waar het vaak gaat om het hardst roepen. Ook de benadering van de kleine partijen beviel mij waarin ik SGP’er Kees van der Staaij goed uit de verf vond komen. Hij durfde, in tegenstelling tot ChristenUnie voorman Arie Slob, wel een duidelijk standpunt in te nemen en zijn kaarten (prioriteiten) op tafel te leggen. Met recht sprak Bram van Ojik (GroenLinks) dat je niet perse aan tafel moet zitten om politiek te bedrijven. Goede standpunten moet je ondersteunen zoals 50-plus, CDA, GroenLinks, OSF, PvdD en SP de laatste jaren deden, maar in een democratie heb je het recht om tegen te stemmen wanneer je vanuit je overtuiging andere keuzes wil maken. Dit is niet weglopen van verantwoordelijkheid, dit is stelling nemen tegen het beleid. Een grondrecht van een vrije democratie. De loze kreten van Samsom, Rutte, Pechtold en Slob die samen met van der Staaij samen beleid uitruilen ten spijt: Politiek voer je op basis van overtuiging en debat niet op basis van een kaartspel waarin de spindokters van Rutte en Samsom er erg op hadden gehamerd vooral verwijtend naar SP en CDA zich te laten horen. Jammer, want het ging vanavond ergens over. Mijn winnaars van deze avond? Roemer en Buma. En ja ik ben wellicht gekleurd maar ik vind dat beide lijsttrekkers de afgelopen jaren erg gegroeid zijn. Roemer op zijn dossier kennis en Buma op zijn presentatie. Daar stonden twee mensen met een idee, een visie op de samenleving. Dat ik niet alles steun mag duidelijk zijn, maar er valt wat te kiezen en dat is meer dan het afrekenen van dit kabinet. Enig min-puntje: het zijn provinciale (en waterschap) verkiezingen… hoe vaak ging het over de provincie (en het waterschap)?

Stel ik mocht cijfers geven dan gaf ik op basis van dit debat: CDA – Buma: 8; D66 – Pechtold: 6; PvdA – Samsom: 4; PVV – Wilders: 7; SP – Roemer: 7; VVD – Rutte: 5.

Buma:
In zijn eerste debat veegde hij de vloer aan met Rutte. De opening waarin hij de beloftes van Rutte met de kei harde feiten vergeleek was pijnlijk voor de VVD en het kabinet en daarmee scoorde hij precies op het gevoel wat heerst in de samenleving. Wellicht heel klein, maar o zo belangrijk wees hij op het feit dat nu het iets beter lijkt (!) te gaan Nederland niet weer moet gaan uitgeven maar moet sparen. Ik ben het niet eens met het invoeren van een maatschappelijke dienstplicht, maar wel ben ik voor de herinvoering van de maatschappelijke stage en hoewel zijn eerste debat beter was vond ik het duel met Samsom ook met duidelijke cijfers beslist in Buma’s voordeel. Buma blonk uit in duidelijkheid en bood tevens heldere oplossingen. Sybrand is de afgelopen jaren gegroeid in zijn functie als politiekleider van het CDA.

Pechtold:
Alexander Pechtold viel mij eerlijk gezegd tegen. In een tam eerste debat met Wilders werd ik niet door hem geraakt, iets waarin hij normaliter erg sterk is. In het tweede debat met Roemer liet hij zien dat hij over een betere dossier kennis beschikt dan Roemer en wist hij zijn verhaal (de beste gezondheidszorg van de wereld) goed te positioneren. Dat was meer zijn verhaal dan het eigen gekozen onderwerp in debat 1 over energie.

Samsom:
Dit begint pijnlijk te worden. De PvdA beschikt over een goed campagneteam en eerlijk is eerlijk hun campagne verhaal zat redelijk goed in elkaar. Toch weet Samsom het niet over te brengen. In zijn debat over de flexwerkers heb ik hem alleen maar verwijten horen maken over het niet deelnemen van de SP aan de huidige gedoogcoalitie. Samsom, wat deed u bij het lente-akkoord enkele jaren terug? In het debat met Sybrand Buma vond ik hem iets sterker dan in zijn eerste optreden, al kwam hij ook hier niet met oplossingen en kon hij niet anders dan de (sympathieke) voorstellen van Buma ondersteunen. Het lukte hem niet zich te onderscheiden.

Wilders:
Wellicht de beste debater en hij weet zijn verhaal beter en beter te verkopen, niet op het onderbuik gevoel maar juist door te zeggen dat er ook fatsoenlijke moslims zijn. Het woordje ‘fatsoenlijk’ haalde de angel uit het betoog dat Rutte wilde gaan voeren: Het tegenargument met betrekking tot spreken over één groep was voor Rutte niet meer mogelijk. Uiteraard gaf hij in dit debat wederom losse flodders als het op oplossingen aankomt. Maar daar zit zijn kracht niet. Hij overtuigd door hoog in het debat in te zetten en troefde Rutte die geen goed weerwoord had hiermee af. In het flauwe energie debat viel hij mij iets tegen, wellicht lag dat aan het onderwerp waarin zowel Pechtold als Wilders niet uit de verf kwam. Ik zou Wilders graag eens meer in debat zien over andere onderwerpen dan de Islam, is hij dan ook zo goed in het debat?

Roemer:
In het eerste debat scoorde hij een ruim voldoende en dat kwam voornamelijk doordat hij zijn verhaal over de flexwet beter had voorbereid dan Samsom. De kritiek die Roemer vaak kreeg met betrekking tot zijn dossierkennis nam hij ter harte en dat had deze avond zeker succes. Toch was Roemer niet helemaal up-to-date in het debat met Pechtold waarin laatstgenoemde hem liet ontsnappen. De zorg is al ietsjes verder Roemer.

Rutte:
Het viel mij op dat Mark Rutte kansloos was in het debat met Sybrand Buma. Was hij slecht voorbereid? De aanval van het CDA op de beloftes die eerder gegeven zijn had hij aan kunnen zien komen en toch bleef hij hameren dat het CDA (kennelijk de bestuurderspartij bij uitstek) niet mee deed aan de onderhandelingen. Een vanuit democratisch oogpunt goed recht en hij had hierbij dan ook geen antwoord op het weerwoord van Buma dat het CDA niet zomaar mee doet. Rutte minacht hiermee de kiezer. Iemand die hem niet steunt, vindt hij een verloren stem. Sprak hier de VVD-leider die bang is dat zijn gedoogcoalitie geen meerderheid meer heeft over 24 uur? Rutte herpakte zich iets in het debat met Wilders en had een sterke humoristische oneliner (PVV loopt weg), een handelsmerk van de VVD’er. Wat mij betreft zat er een pijnlijke misser in zijn slotwoord: Hier stond de VVD-leider en niet zoals hij aangaf de premier.

ENSolvo

En-watte? ENSolvo, de naam van mijn organisatie adviesbureau. Bijna twee jaar geleden ontstond het idee. Op de terugrit vanuit Den Haag naar Goes na een interessant Talent Academie college vertelde ik aan Geertjan Sarneel waar ik tegen aanliep in het zoeken van mijn droombaan. Al brainstormend gaf hij mij het advies eens te kijken naar ZZP-activiteiten, immers in het MKB is er veel vraag naar HR-oplossingen echter zijn er te weinig middelen voor vast HR-personeel. Via een Oom en Tante ging ik mij verder oriënteren. In de tussentijd ronde ik de Talent Academie af, vond ik een tijdelijke baan bij de Gemeente Hulst, creëerde ik mijn sportdoel (Alpe d’Huez), zette ik mij in voor het CDA bij de gemeenteraadsverkiezingen en onlangs verdedigde ik met succes mijn Master scriptie. Met andere woorden: er was niet veel ruimte om echt alles goed aan te pakken en mensen die mij kennen weten dat ik graag mijn werk voor de volle 100 procent uitvoer of het anders liever laat rusten. Nu ik al een paar maanden mijn handen vrij had wilde ik mijn ZZP-plannen toch verwezenlijken én in december 2014 was het dan zover: mijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De afgelopen maanden ben ik druk bezig geweest met mijn website (klik hier om naar www.ensolvo.nl te gaan) en alle andere activiteiten die horen bij het opstarten van een eigen onderneming.

Met ENSolvo wil ik organisaties bijstaan op vlak van strategie-, organisatie- en hr advies. Dit kunnen grote organisaties of MKB-bedrijven zijn. Maar ook afdelingen, business units, stichtingen en verenigingen voorzie ik graag van advies. De afgelopen jaren heb ik mijn (digitale) kennis ook ingezet voor website realisatie en het geven van advies met betrekking tot social media. Uiteraard stel ik ook deze kennis ter beschikking via ENSolvo. Ik ben er niet alleen voor werkgevers, maar ook voor werknemers en werkzoekenden. Met mijn kennis van HR en ervaringen aan beide kanten van de tafel weet ik als geen ander hoe ik mensen kan adviseren op vlak van functioneringsgesprekken, communicatie, sollicitatiegesprekken en het schrijven van een pakkende sollicitatiebrief en cv.
Mijn specialisaties én ervaringen liggen op het vlak van: Strategie en leiderschap; HR-advies; Kennis van wet- en regelgeving met betrekking tot de arbeidsmarkt; Binden en Boeien; Organiseren van diverse activiteiten en evenementen; Social Media; Website realisatie en Schrijfvaardigheid.

Tot slot de laatste vraag die bij velen van u zal rond zingen: Van waar deze (ENSolvo) naam? De naam ENSolvo verwijst naar mijzelf, Erik Nijskens én mijn vermogen om niet in problemen maar in oplossingen (Solvo) te denken. Ik ben niet iemand die gelooft in hokjes, immers in elk hokje is nog zoveel ruimte voor diversiteit. ENSolvo is er niet alleen voor organisaties, maar ook voor werknemers en werkzoekenden. Ik ben jong, ambitieus en in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn relatief jonge carrière de nodige ervaring, kennis en kennissen heb opgedaan. Dit zorgt ervoor dat ik elk vraagstuk vanuit een breed én neutraal perspectief kan benaderen. Deze kwaliteit wil ik terug laten klinken in de naam van mijn onderneming. Ik heb er voor gekozen om “oplossingen” te vertalen naar de (politiek) neutrale en internationale taal Esperanto. Deze taal is speciaal ontworpen om mensen uit verschillende culturen met elkaar te laten communiceren. Met ENSolvo wil ik diverse (organisatie) culturen en belangen met elkaar in verbinding brengen. ENSolvo wil een brug slaan naar uw succes, of u nu werkgever, werknemer of werkzoekende bent: Ik geef u graag advies!

Deel gerust mijn website (www.ensolvo.nl) en of volg mij op Twitter (@ENSolvo) en Facebook (https://www.facebook.com/pages/ENSolvo/817671108305785?fref=ts). Meer weten? Vragen staat vrij en wie weet draag ik mijn steentje bij aan u of uw organisatie.

Recruitment en Social media

Miljoenen Nederlanders zijn actief op sociale netwerksites zoals Twitter en Facebook. Dit biedt naast het communiceren met vrienden en familie ook bedrijven de kans om in contact te komen met klanten én potentiele werknemers. Social media biedt recruiters een kans om meer te weten te komen over jou als persoon, maar hoe fair is dat?
De afgelopen maanden ben ik een aantal keer gevraagd of ik mee wilde denken met personen en organisaties met betrekking tot social media gebruik. Hoewel ik mij absoluut geen expert wil noemen durf ik wel te zeggen dat ik ruime ervaring heb met diverse (social) media platforms. Reden te meer om mij zelf ook eens door de “mangel-molen” te halen. Een aantal maanden geleden vulde ik (online) een formulier in en gaf hiermee een “social profiler” toestemming om mij te Google-en en een kritische blik te werpen op mijn Facebook-, Twitter- en LinkedIn account. Een dag of vijf later kreeg ik mijn vijf pagina’s tellende digitale-leven-check-up-rapport binnen. Uiteraard per e-mail, het ging immers om mijn internetprofiel. Nerveus? Nee, wel was ik erg nieuwsgierig naar het resultaat.
Via Google kwam als eerste mijn (deze) website naar boven. Met een compliment over mijn schrijfstijl en een tip om “dode-linkjes” weer terug levend te maken was ik daar niet verrast nog ontevreden over. Ook Twitter en LinkedIn leverden nuttige tips en geen schokkende feiten op. Mijn Facebook-profiel is voor de buitenwereld redelijk afgesloten al moet ik wel eerlijk toegeven dat ik een aantal foto’s niet op “privé” had gezet en hier ligt dan ook het grootste aandachtspunt voor mij aldus de social profiler. Op mijn Facebookpagina staan meer dan 100 foto’s – ook niet verwonderlijk met vier-en-half jaar Facebook-ervaring en voorliefde voor fotografie – en een aantal daarvan zijn voor eenieder zichtbaar. Juist op deze foto’s sta ik een enkele keer (onbewust) met een alcoholisch drankje. Tel daarbij op dat in mijn header een goed gevuld champagneglas staat en de indruk is gewekt dat je nog al eens iets drinkt. Mensen die mij kennen weten dat ik al jaren nauwelijks alcohol nuttig. Niet dat ik het niet lekker vindt, integendeel. Maar als je graag auto rijdt kun je het niet veroorloven om iets te nuttigen. Met zo af en toe een glaasje kom ik denk niet verder dan een paar alcoholische drankjes per kwartaal. En toch zou een recruiter mij hier op kunnen afwijzen. Is dat eerlijk? Ik ben verre van een alcoholist eerder een Bourgondiër, levensgenieter of bewust on-beschonken bestuurder – toch komt dit bij sommige mensen niet over. Wat ik hiermee wil aangeven is dat social media subjectief is. Ieder kijkt met zijn eigen mening en achtergrond naar iemands social-profiel dat op zijn beurt weer wordt ingericht op een manier waarop hij of zij graag gezien wil worden. Een mening is snel geformuleerd, maar is die ook echt objectief? Nu is dit in mijn geval niet heel erg een issue, immers buiten die alcohol-foto’s is mijn social-profiel oké bevonden aldus de social profiler. Toch hebben we het allemaal wel eens dat we oordelen zonder dat we alle “ins and outs” kennen.
Ik heb hierover mijn bedenkingen; niet zo zeer over mijn eigen digitale leven, maar wel over de mensen en organisaties die ik mag adviseren. Bij een dergelijk advies vraag ik altijd wat de doelstelling is. Immers wat online staat blijft online staan en onder het motto “You never get a second change to make a first impression” ben ik van mening dat je hierover goed moet nadenken. Social media is maak- en beïnvloedbaar. Juist daarom heb ik een dubbel gevoel over tv-programma’s zoals “Over de streep” en “Project-P”. Stuk voor stuk zijn het prima programma’s die met de nodige zorg en begeleiding gemaakt worden. Ik heb dan ook het nodige respect voor de makers én deelnemers. Toch vraag ik mij wel eens af wat een recruiter aantreft als hij over vijf jaar deze (vaak nu nog minderjarige) deelnemers Google-d? Het merendeel van deze jongens en meiden zal dan zijn of haar social media platform goed hebben afgeschermd, maar hoe beschermt deze inmiddels volwassen persoon zich tegen fragmenten van deze tv-programma’s? Vooropgesteld wil ik meegeven dat ik pesten en  “fout”-gedrag absoluut niet goedkeur maar zijn het vaak wel (jonge) kinderen met familie, vrienden en een toekomst voor zich. Op jouw daden mag (of soms moet) je worden aangesproken en eventueel gecorrigeerd worden. Ik vind wel dat iedereen een tweede kans verdiend, zeker mensen die volgens de wet nog niet als volwassen worden gezien. Vandaar dat ik mij wel eens afvraag hoe een recruiter nu en in de toekomst een faire beoordeling over een kandidaat kan geven op basis van social media. Is de gevonden informatie wel up-to-date, geloofwaardig en heeft de recuiter zich goed en eerlijk geïnformeerd over een potentiele nieuwe arbeidskracht? Hoe gaan we om met de minderjarige deelnemers en hun families? Over nazorg voor de direct betrokkenen maak ik mij geen zorgen, dat is goed geregeld – maar is die zorg er ook voor de directe familie als zij ergens solliciteren? En heeft deelname aan een dergelijk programma (in welke rol dan ook) invloed op de kans op een baan? Interessante vraagstukken die de komende jaren wel een weg zullen vinden naar een antwoord. Ondertussen ga ik op mijn social media accounts een linkje plaatsen naar deze tekst zodat eenieder hier voor zichzelf over kan nadenken.

OV-perikelen

Een tijdje terug vroeg iemand mij eens om al mijn OV-ervaringen te bundelen en te publiceren. Leuk, maar eerlijk is eerlijk ik vind het ze het uitgeven niet waard. Hoewel…? Deze week had ik weer een dergelijk momentje. Na een uiterst fijne middag zat ik in de tram op weg naar het station. Mijn gsm attendeerde mij door een tril en geluidsignaal dat iemand mij een berichtje stuurde. Nog voordat ik goed en wel het berichtje kon lezen sprak iemand mij aan.
“Weet u wat mijn favoriete tv-programma is?” Verrast met deze vraag antwoorde ik vriendelijk dat ik het antwoord schuldig moest blijven. Nog voordat ik een blik kon werpen op mijn gsm sprak de man: “Opsporing verzocht, en weet u waarom?”. Wederom antwoorde ik vriendelijk én met een lach dat ik geen idee had. “Ze doen het goed he! Maar ik ben niet één van hen”. “Ik kijk eerlijk gezegd nooit opsporing verzocht meneer” antwoorde ik hem. Met twee vingers vanaf zijn ogen wijzend naar de voorkant van de tram sprak een man van naar schatting begin twintig een zin uit in een voor mij vreemde taal. Nog voordat ik kon antwoorden op de vraag of ik het verstaan had vroeg hij of ik nog studeerde. Een moment flitste het door mij heen om bij de hand te doen, dat kan ik namelijk erg goed maar waarschijnlijk was dit nu niet het juiste moment. Inmiddels wist ik wat de zin betekende: “Ik ben niet bang”. Mooi dacht ik, ik ook niet maar ik ben wel blij dat we over 2 minuten bij het eindstation zijn. Inmiddels had ik al oogcontact met mijn achterbuurvrouw. Zij glimlachte, ik lachte vriendelijk terug (je weet immers maar nooit of je haar nog eens zou tegenkomen). Inmiddels zocht de man, mijn landgenoot met roots van overzee, weer contact met mij. Kennelijk was hij nog niet uitgesproken: “Als mensen met hun gsm’s bezig zijn en dan kijken ze naar het beeldscherm en niet meer naar de straat en dan lopen ze tegen mij op en dan heb ik het altijd gedaan”. Ik wachtte op de volgende “en” maar die bleef uit… Op zich hij had een punt, maar of hij nu altijd de schuldige is en welke link dit met mij had bleef voor mij in het ongewis. Ik zat immers, deed niemand iets kwaad en had vanaf het instappen tot dat mijn telefoon afging mijn gsm nog niet aangeraakt. “Ik ben niet bang” schreeuwde hij. “Zelfs niet voor vrouwen! Als er een vrouw komt… ik pak haar bij haar kin en sla haar”. De gebaren en het volume van zijn stem lieten merken dat hij het in gedachten meende. Allah werd erbij gehaald of eerder gezegd erbij geroepen. De moslim vrouw die voor mij zat lachte eens naar mij. “Dames en heren we zijn aangekomen bij station…” pfff… Hij stapt al roepend over zijn geloof uit de tram, de vrouw voor mij lacht en steekt haar duim naar mij op, ook de dame achter mij stapt uit. Ik lach naar beiden gemoedelijk terug. Niet veel later bedenk ik mij dat na alle gebeurtenissen van de afgelopen weken in Parijs niemand raar op keek van deze man, niemand greep in. Inderdaad: Ik ook niet. Iedereen (ook ik) lachte vriendelijk. Is het omdat we denken: “Het zal hier toch nooit gebeuren?”.
En nu zult u terecht vragen waarom ik niet de man aansprak op zijn woorden. Geen kwaad woord over deze man overigens. Ik denk oprecht dat hij dit niet zo bedoelde, daar hadden wij allen onze redenen voor. Ik zat in een tram waar minimaal drie verschillende geloofsovertuiging aanwezig waren. Zowel de Moslim, Jood en Christen greep niet in. Het enige wat wij deden was glimlachen. In deze wereld is al zoveel ellende en er valt altijd wat te klagen, het liefst nog over elkaar. Laat ieder zijn geloof beleven, spreek niet het geloof aan, praat het niet goed met het geloof of geef het geloof de schuld maar spreek de persoon aan op zijn woorden en of daden als de situatie hierom vraagt. In deze situatie was het duidelijk dat de man geen kwade bedoelingen had, nogmaals daar hadden alle mede passagiers hun redenen voor. Soms moet je ook je schouders ophalen en accepteren dat mensen andere ideeën of normen hebben, het is niet perse beter of slechter maar anders. Ik kies er voor om mijn opvattingen niet op te dringen en ben ook niet iemand die voor elk wissewasje op de barricade zal staan. Ik ben ook geen Charlie, puur en alleen omdat ik geen grap of spot nodig heb voor een discussie. Ik keur geweld ten zeerste af, maar vraag je zelf eens af wat de meer waarde is van herhaaldelijke spot? En van de andere kant bekeken: wraak je spot met geweld? Hoeveel aanslagen zijn er al geweest nadat er in Charlie Hebdo een aantal spotprenten verschenen over het misbruik in de Katholieke Kerk? Als geweld het antwoord op de spot prenten is én als onze stilte het antwoord is op geweld… wat was dan in beide gevallen de vraag?
Ik weet op deze vraag geen antwoord, wel weet ik dat vrijheid en recht van meningsuiting nooit een vrijbrief mag zijn om vrijheid van anderen af te pakken of te corrigeren. Anderzijds betekend tolerantie niet dat je alles moet accepteren of bagatelliseren. Behandel mensen niet vanuit het geloof maar op het feit dat ze mens zijn met allen het recht op vrijheid van het woord. Veroordeel niet, maar luister en geef elkaar de ruimte. Overigens vond ik enkele minuten later in de trein vrij snel ruimte (én dat in de spits) en al luisterend naar mijn muziek (inderdaad van mijn gsm) wierp ik een blik in de coupe: 90% van reizigers zat te turen naar zijn of haar beeldscherm. Ergens in zijn vurige betoog zat ook een kern van waarheid… Je moet het alleen willen zien!